Organen en Instituten


Artikel 7

 A. De Partij kent de volgende Organen:

  1. De Algemene Ledenvergadering
  2. Het Hoofdbestuur
  3. Het Centraal Politiek Orgaan
  4. De Afdeling
  5. De Sub Afdeling
  6. Het Adviescollege
  7. De Beroepscommissie

B. De Partij kent de volgende Instituten:

  1. Centrale van Volksvertegenwoordigers: de in verschillende fracties in de volksvertegenwoordigende lichamen gezamenlijk optredende leden van de Partij; dit instituut legt verantwoording af aan het Hoofdbestuur.
  2. Kabinet van de Voorzitter van de N.D.P.: het instituut dat de Voorzitter permanent ondersteunt bij de uitvoering van zijn politiek-administratieve functie.
  3. Wetenschappelijk Bureau: het instituut dat zich bezighoudt met vraagstukken van wetenschappelijke aard en de Partij daaromtrent adviseert; dit instituut legt verantwoording af aan het Hoofdbestuur.
  4. Scholings- en Vormingsinstituut: het instituut dat verantwoordelijk is voor de scholing en de vorming van de leden van de Partij; dit instituut legt verantwoording af  aan het Hoofdbestuur.
  5. Jongereninstituut: het instituut dat zich bezighoudt met vraagstukken van jongeren en de Partij daaromtrent adviseert; dit instituut legt verantwoording af aan het Hoofdbestuur.
  6. Informatie – en Propaganda instituut: het instituut dat verantwoordelijk is voor het profileren van de Partij; dit instituut legt verantwoording af aan het Hoofdbestuur.
  7. Kader: het politiek instituut van leden die een voorhoederol vervullen in de Partij, door het uitdragen en bewaken van de ideologie van de Partij.

C. De Partij stelt de volgende commissies in:

  1. Verificatie commissie;
  2. Financiële Commissie;
  3. Secties;
  4. Vaste Commissies;
  5. Commissies ad hoc;
  6. Werkgroepen;
  7. Deskundigen.

 

Artikel 8

In het Huishoudelijk Reglement worden nadere regels vastgesteld met betrekking tot de in artikel 7 onder B en C genoemde instituten en commissies.




Leave a Reply